Blog 4: Hoe vertel je je omgeving dat je borstkanker hebt?
Het borstkankernieuws moet naar buiten
Ook al zit ik nog midden in de onderzoeken, ik voel aan alles dat het tijd is om de mensen om me heen te gaan vertellen dat ik borstkanker heb. Ik heb namelijk geen zin meer om te liegen als iemand vraagt hoe het met me gaat.
Maar waar begin je? Als eerste bekijk ik mijn WhatsApp-chats en schrijf ik zo’n dertig namen op een papiertje: bevriende stellen, vriendinnen, familieleden en zakelijke contacten. Daarna verdeel ik ze in twee groepen: nu en later. Met later bedoel ik: als ik alle onderzoeken heb gehad en duidelijk is wat me te wachten staat.
Ik merk dat ik het lastig vind om dit nieuws via een app te delen. Ik besluit te gaan bellen.
Het gaat niet zo goed met me, want ik blijk borstkanker te hebben
Ik pak mijn telefoon en bel een heel lieve vriendin, die ik al ken sinds de kleuterschool. Omdat ik niet zo vaak bel, is ze wel meteen een beetje op haar hoede. Dus kom ik maar direct over de brug met mijn nieuws. “Jeetje, Bren, daar schrik ik van!” is haar eerste reactie. Maar het fijne aan haar is dat ze zich snel herpakt en vragen gaat stellen. Ze geeft me alle ruimte om mijn verhaal te doen, en dat voelt heel prettig.
Na dit gesprek ben ik opgelucht. Het is gebeurd. Ik heb het aan iemand verteld, en dat voelt als een flinke stap in mijn eigen verwerkingsproces.
De volgende op mijn lijstje is mijn broer. Daarvoor moet je weten dat we oorspronkelijk met z’n vieren waren. Ik ben de jongste en had ooit drie grote broers. Inmiddels zijn we nog maar met z’n tweeën: mijn oudste broer en nummer drie zijn allebei overleden aan kanker.
Ik sta dan ook niet te springen om hem over mijn situatie te vertellen. Daar komt bij dat hij over twee dagen lekker op vakantie gaat. Vertel ik het hem nu, of wacht ik tot hij terug is? Ik kies voor het laatste.
Na dit gesprek ben ik helemaal op
Ik heb het geluk dat ik heel lieve, warme vrienden en vriendinnen heb, die goed kunnen luisteren en een echte steun voor me zijn. Maar heel eerlijk: niet iedereen weet er goed mee om te gaan.
In het gesprek met iemand anders gaat het namelijk helemaal mis. Zodra ik mijn nieuws vertel, schiet ze volledig in paniek en reageert ze alsof ik al halfdood ben. Ze maakt het veel groter dan ik op dit moment kan overzien. “Weet je zeker dat er geen uitzaaiingen zijn?” en “Wat voor operatie wordt het?” Ze maakt zich zoveel zorgen dat ik in de rol van trooster schiet. Ik hoor mezelf opbeurende dingen zeggen, zoals “het zal wel meevallen” en “ik zit er positief in”.
Tijdens het gesprek voel ik langzaam de energie uit mijn lijf wegstromen, en ik rond het snel af. Daarna laat ik me achterovervallen in mijn stoel. Voor nu is het genoeg geweest met bellen.
Ik ga er meer tijd voor nemen
Als ik naar mijn lijst kijk, zakt de moed me in de schoenen. Ik besef dat ik mijn verhaal elke keer opnieuw moet vertellen, terwijl de ander er maar één keer naar hoeft te luisteren. Dat is veel vermoeiender dan ik in eerste instantie dacht. Daarom besluit ik er meer tijd voor te nemen.
Wat je beter niet kunt zeggen als iemand borstkanker heeft
Inmiddels merk ik dat de meeste mensen om me heen, in mijn ogen, goed reageren. Ze laten weten dat ze geschrokken zijn en tonen daarna hun betrokkenheid met oprechte vragen, zoals “Hoe gaat het nu met je?” of “Waar heb je behoefte aan?” Ik vind het ook fijn als ze daarna contact houden.
Maar soms gaat het minder goed. Wat je beter niet kunt doen als iemand je vertelt dat ze kanker heeft:
1. Doe niet alsof het einde nabij is
Een tragische blik, tranen, of een zucht van “wat verschrikkelijk, arme jij”. Ik merkte het zelf: voor ik het wist, zat ik de ander te troosten. Ja, ik heb borstkanker. Maar ik ben nog steeds gewoon mezelf, en zo wil ik ook behandeld worden.
2. Maak het niet over jezelf
“Ik schrik me kapot, ik slaap hier vannacht niet van.” Of meteen beginnen over je eigen gezondheidszorgen. Ik snap heus dat het nieuws binnenkomt, en je mag best geraakt zijn. Maar op dat moment gaat het even over mij.
3. Begin niet over de buurvrouw
De buurvrouw, de tante, de collega: ze hadden het allemaal ook. Zeker als het slecht afliep, zit ik echt niet op dat verhaal te wachten. Maar ook goedbedoelde succesverhalen (“mijn nicht is er helemaal doorheen gekomen”) helpen me niet. Ieder verhaal is anders, en ik zit nu midden in het mijne.
4. Geef geen ongevraagd advies
Suiker schrappen, die ene alternatieve therapie of “je bent een vechter”. Ik weet dat het goed bedoeld is. Maar het voelt alsof de afloop van mijn houding of mijn keuzes afhangt. En die druk kan ik er nu even niet bij hebben.
5. Wuif het niet weg met clichés
“Het komt vast goed”, “borstkanker is tegenwoordig goed te behandelen” of “alles gebeurt met een reden”. Het klinkt geruststellend, maar het laat weinig ruimte voor wat ik werkelijk voel. Hetzelfde geldt voor vragen naar de oorzaak, zoals “zit het niet bij jullie in de familie?” Daar heb ik op dit moment geen antwoord op, en eerlijk gezegd ook geen behoefte aan.
Mijn les: bij mijzelf blijven
Al met al valt het me niet mee om mijn omgeving te informeren. Ik probeer het te doen op een manier die volgens mij goed past, maar soms pakt het anders uit dan ik had gedacht. Misschien is dat wel mijn les: meer uitgaan van mezelf in plaats van de ander. Mijn grenzen bewaken en bij mezelf blijven.
Volgende keer in blog 5:
ik krijg de uitnodiging voor de PET-scan. En dat heeft nog heel wat voeten in de aarde.
Herken jij dit?
Voor lotgenoten en naasten: herken jij hoe zwaar het kan zijn om je nieuws steeds opnieuw te vertellen? Of krijg je juist zo’n bericht en weet je niet goed wat je moet zeggen? Je bent niet de enige. Ik deel mijn verhaal stap voor stap, in de hoop dat je er steun of herkenning in vindt. Dat doe ik hier op mijn blog, en je kunt me ook volgen op Instagram: @brendavanwegen.